Beschuldiger – Blamer

Satir-positie (relationele positie) gekenmerkt door polariteitsreacties en alles-of-niets-uitspraken ( generaliseren, altijd, nooit, die ene keer,). Luidruchtig en dictatoriaal gedrag. Ondiepe, gespannen, hijgerige ademhaling. Felle, harde stemtoon. Opgetrokken schouders. Beschuldigend wijzende vinger.
De Satir-posities zijn : 1. Verzoener. 2. Beschuldiger. 3. Beredeneerder. 4. Afleider.

Schuldvraag snel bij de dichtstbijzijnde persoon neerleggen met argumenten die verbogen zijn en zo overtuigend mogelijk onschuldig vertrouwen winnen als slachtoffer.

Is vaak een volger, geen leider. Denkt oppervlakkig en houd niet van diepgang. Houd van het gewone, het denken aan anderen over laten.

Neemt niet zo snel regie, gaat risico’s uit de weg i.p.v risicovermindering.
Kan geen besluiten maken voor een groep, voor het zelve al twijfelzuchtig daarin.

Is een perfectionist, in het ware een onzekere persoon. Succes komt na falen, deze groep wilt succes achter de rug om van anderen zonder te falen.

Schuld krijgen van iets wat niet goed gegaan is kunnen vaak alleen leiders mee overweg. Je hoort jezelf dan te verantwoorden, verklaren waarom een situatie zich zo heeft plaatsgevonden. De schuld ervan voelen met de eventuele consequenties. Oorzaak- gevolg wet, de beschuldiger heeft grote angsten in de consequenties van de schuldvraag. Krijgt het snel benauwd en weet vaak de consequenties niet. Leiders weten vaak de consequenties van de schuldvraag en proberen deze door risicovermindering uit de weg te gaan.

Verantwoording nemen door de praten in de -ik vorm en uitleggen d.m.v. argumenten dat fouten menselijk zijn en erdoor wijzer worden. Elke fout is voor een leider een les en voor de beschuldiger meer een straf in het beloningssysteem.